Rianne's blog

Rianne's blog

Een lezende schrijver, een schrijvende lezer

Dienaar van het Licht – ontmoeting met een engel

DWL-bassins-1

Hij zat op het bankje in De Esch, met voor zich de reservoirs van het Drinkwaterleidingterrein. De lucht was blauw, de temperatuur aangenaam. De kleren die hij droeg waren schoon en herinnerden hem aan andere tijden. Hier was hij een enkele keer met Hanni geweest, als ze behoefte hadden aan frisse lucht en geen bemoeienis van anderen. Nu was er geen mens in de buurt, iets wat eigenlijk niet paste in deze vrij kinderrijke omgeving. Toch stoorde het hem niet, integendeel, hij genoot van de rust.
“De wereld kan zo mooi zijn.”
Het klonk als een verzuchting. Theo keek naast zich en zag de blonde man uit zijn eerdere dromen naast zich zitten. Het verbaasde hem niet eens.
“En wie of wat mag jij dan wel zijn? Een engel?”
Hij grijnsde om zijn eigen, cynische grapje. Het antwoord van de blonde man klonk evenwel serieus.
“Wij prefereren zelf de benaming Dienaren van het Licht, maar de mens noemt ons inderdaad engelen.”
Met stomheid geslagen staarde Theo hem aan. Er ging een beheerste kracht van de man uit, als van een beoefenaar van kung fu die zichzelf volledig in de hand had. Toen hij weer iets over zijn lippen kon krijgen, hoonde Theo: “Ja-ja, nog even, een engel! Ik dacht dat engelen vleugels hadden en stralend wit waren! Jij ziet er doodgewoon uit.”
De man liet zich niet van de wijs brengen.
“Ik heb de incarnatie van een man overgenomen en ben in zijn stoffelijke lichaam getransformeerd. Wat je voor je ziet, is zijn indruk.”
Het klonk als abracadabra. Theo wierp hem een argwanende blik toe.
“Incarnatie? Getransformeerd? Waar heb je het over?”
“Om mezelf te kunnen verduidelijken moet ik je eerst vragen of je weet wat reïncarnatie is.”
Dat lokte een schamper lachje uit bij Theo.
“Je bedoelt die onzin dat mensen als honden of paarden terug kunnen komen na hun dood?”
Op het gezicht van de man verdreef geamuseerdheid kortstondig de ernst.
“Dat is inderdaad onzin”, antwoordde hij, waarna hij uitlegde: “De mens is de meest intelligente, stoffelijke levensvorm op aarde. Het reïncarnatiepad dat hij volgt, staat los van dat van alle andere levensvormen hier. Zie het leven als een school. Iedere keer als een ziel geboren wordt in een stoffelijk lichaam, begint er een nieuwe leercyclus die voortduurt tot aan het einde van het stoffelijke leven. Daarna krijgt de ziel de kans om alles wat hij heeft geleerd op te slaan, een nieuw leven te kiezen en opnieuw te beginnen. Zo keert de mens telkens een beetje wijzer terug dan daarvoor. Het is een continu proces dat zich dagelijks overal ter wereld voltrekt. Sommigen hebben aan een klein aantal levens genoeg om hun doel te bereiken, anderen incarneren tientallen keren. Aan het einde van het proces kan een mens evolueren tot het stadium van Uitverkorene, het hoogst haalbare in stoffelijke vorm voor een mens.”
Theo trok een scheve grijns.
“Hoogst haalbare, zeg je? Zover ben ik zeker nog niet?”
Nu glimlachte de Dienaar van het Licht echt.
“Nee, dat stadium heb jij nog niet bereikt.”
“Da’s mijn geluk weer.”

Uit “Vooravond van Armageddon”

Foto genomen in De Esch, Drinkwaterleidingterrein, Rotterdam.

Rianne Lampers 27 november 2015 Reageer Permalink

De klok terug, of gezond verstand?

Met gefronste wenkbrauwen las ik deze kop in het AD van 3 november: “Wiebes houdt met tegenzin vrouw achter het aanrecht”. Mijn eerste gedachte was: huh?

Ik ben geboren in 1963, een tijd waarin de feministische beweging nog volop in beweging was. Niet gek, want eind jaren ’60 was het nog heel normaal dat vrouwen stopten met werken als het eerste kind zich aandiende. Door de jaren heen is dat veranderd en toen mijn dochter geboren werd in 1990, had je een keus. Niet alleen vrouwen hadden die keus, ook mannen. Er brak een tijd aan waarin parttime werken voor mannen langzaam maar zeker zijn intrede deed. Vaak alleen nog voor kantoorbanen, maar de feminisering zette in feite door voor beide seksen. Tot 2007/2008.

In de Miljoenennota van 2008 wilde de politiek in vijftien jaar tijd de zogenaamde aanrechtsubsidie – de algemene heffingskorting – afschaffen. Zo zouden vrouwen gestimuleerd worden deel te (blijven) nemen aan het arbeidsproces in plaats van thuis “achter het aanrecht” te blijven plakken.
Maar ho eens even… Was het niet juist zo dat zowel vrouwen als mannen die keuze gekregen hadden?

We schrijven 2015. Tussen 2007 en nu vond de grootste financiële crisis plaats sinds die van 1929. Duizenden banen zijn verloren gegaan en momenteel is het zo dat er ongeveer 131.000 openstaande vacatures en 633.000 geregistreerde werklozen zijn; het aantal werkzoekenden ligt zelfs vele malen hoger. In onze moeizaam opkrabbelende economie is “keuze” ver te zoeken, zowel voor mannen als voor vrouwen.

Nu ijveren de drie christelijke partijen – wat mij betreft terecht – voor een eerlijker behandeling door de fiscus van kostwinners. Zij betalen momenteel tot wel vijf maal meer belasting dan tweeverdieners. D66 en GroenLinks zijn bang dat hiermee de klok teruggedraaid wordt, maar het waarom ontgaat mij volledig.

Wat is er gebeurd met de keuze? Waarom wordt de ouder die ervoor kiest zelf voor zijn kinderen te zorgen, of die ertoe gedwongen wordt door eigen ziekte of het zelf willen of moeten zorgen voor een gehandicapt kind hier voor gestraft? Er is toch geen betaald werk genoeg en in deze “participatiemaatschappij” heeft zo’n ouder alle tijd om mantelzorg te verlenen.

Tijden veranderen, maar de politiek blijft hopeloos achterlopen. Belastingverlichting voor kostwinners zorgt er echt niet voor dat vrouwen ineens weer achter het aanrecht belanden. Wel zorgt het voor een beetje financiële ruimte voor een groep mensen die geen straf verdient, maar respect.

aanrecht_189480b

Rianne Lampers 6 november 2015 Reageer Permalink

Onderuit

Inktzwammen

En daar lag ik dan, op de grond, en nog is het niet helemaal gelukt zoals ik wou. Terwijl ik mezelf weer overeind duwde, hoorde ik iemand vragen:
“Gaat het wel, mevrouw?”
Ik keek om en zag een man staan, iets ouder dan ik, met zijn fiets aan de hand en een bezorgde blik in zijn ogen.
Met een ondeugende grinnik antwoordde ik: “Ja hoor, het gaat prima. Ik wilde een foto nemen en vanaf ooghoogte levert dat meestal het beste resultaat op.”
Er gleed opluchting over zijn gezicht.
“O, ik dacht dat u gevallen was.”
Tja, wat wil je ook, als een niet meer zo piepjonge vrouw langs het fietspad languit op de grond ligt..