Rianne's blog

Rianne's blog

Een lezende schrijver, een schrijvende lezer

Een wandeling met een nat pak tot gevolg

Paddenstoelen-2

Natuurlijk had ik veel te lang gewacht voordat ik ging doen wat ik moest doen: wandelen. De hele dag zitten is funest voor mijn rug, heb ik zo onderhand ontdekt. En ik had geen excuus, want na de sombere ochtend brak toch maar mooi de zon door. Maar ja… Toen ik dan eindelijk mijn schoenen aan had en naar buiten keek, zag ik toch weer een bui hangen. Het was zo te zien geen grote, dus schopte ik mezelf in gedachten voor de kont en ging naar buiten. Heerlijk!

Die wolk bleek gelukkig niet veel meer dan wat fijne regen mee te dragen. Hoewel ik eerst van plan was een andere route te nemen, koos ik er toch voor naar het Schollebos te gaan. Zo kon ik in het tunneltje onder de Capelseweg even schuilen voor ik verder ging.

De keuze voor het bos was een geweldige: wat ruikt het daar toch heerlijk als het geregend heeft! Ik rekte mijn route steeds een beetje op en wandelde ergens over een paadje waarlangs gekapte boomstammetjes lagen die overgroeid waren met mos. Op de een of andere manier doet dat me wat, dat groen tegen het grauwe. Aangezien het licht toch een beetje schuilging achter de wolken, had ik mijn telefoon nog niet tevoorschijn gehaald om foto’s te maken, maar een aantal paddenstoelen schreeuwden er als het ware om om vastgelegd te worden voor de “eeuwigheid”.

Langs het meer terug en eigenlijk wilde ik er rechts omheen; het “grote rondje”. Maar de onheilspellende lucht liet me toch anders besluiten. Achter de wolken die ik nu zag, was geen streepje licht te zien. Dat zou een nat pak worden, vreesde ik. En ja, die vrees kwam uit. Maar ach, van een beetje regen is nog nooit iemand doodgegaan. Weer binnen droge kleren aangetrokken en thee gezet. Kon ik met frisse moed verder met mijn redactiewerk!

Rianne Lampers 19 januari 2016 Reageer Permalink

De vergankelijkheid van het bestaan

Vergankelijkheid

Vergankelijkheid

Het zal deels de leeftijd zijn – ik ben de vijftig gepasseerd – maar sinds afgelopen jaar ben ik meer geconfronteerd met de vergankelijkheid van het bestaan dan ooit. Eén bericht van een aantal dagen geleden heeft me echter meer aangegrepen dan welk overlijden ook.

De dood heeft in mijn leven geen negatieve rol gespeeld, integendeel zelfs. Mijn moeder zorgde vroeger met liefde voor ouderen en ik ging zo nu en dan met haar mee. Ouderen zijn als boeken: ze hebben zo veel verhalen. Daar houd ik van. Ik luisterde graag en als het nodig was, hielp ik mijn moeder met haar zorgtaken. Zo was ik als veertienjarige aanwezig bij het afleggen van een oude dame en was ik erbij toen mijn tante en moeder hun eigen moeder met de begrafenisondernemer meegaven. Voor mij was de dood een onlosmakelijk onderdeel van het leven, er is nu eenmaal aan alles een begin en een eind.

De vader van mijn dochter, de man met wie ik vijftien jaar van mijn leven doorgebracht heb, kwam uit een heel ander soort gezin. Bij hen was dood iets waar niet over gesproken werd. Toen zijn opa – met wie hij een hechte band gehad had – ziek werd en overleed, werd hij overal buitengehouden omdat ze hem op zijn jeugdige leeftijd wilden beschermen. Dat heeft hem voor het leven getekend. Waar dood voor mij een vanzelfsprekendheid was, was het voor hem iets duisters, iets schimmigs.

Wij waren twee jaar gescheiden toen zijn moeder longkanker bleek te hebben. Nog dramatischer was dat bij zijn vader in de laatste maanden van haar leven ook een agressieve vorm van kanker werd vastgesteld. Beiden overleden in iets meer dan één jaar tijd, allebei nog geen vijfenzeventig jaar oud. Daar is mijn ex nooit overheen gekomen en ook voor onze dochter was dit een zwart hoofdstuk in haar leven.

De ziekte en het overlijden van de dochter van een collega greep me wel flink aan. Terwijl ik in verwachting was van mijn kind, werd bij haar de ziekte van Hodgkin vastgesteld. Ik kreeg een dochter, mijn collega verloor er één van nog geen twintig jaar oud.

Afgelopen jaar overleden drie mensen die ik kende; een van hen was de vader van mijn dochter. Hoewel zijn aftakeling en dood me aangreep, was het toch een afsluiting. Als iemand ziek is, er geen hoop meer is op genezing en hij enorm lijdt, dan is de dood een zegen.

Deze week bereikte mij het bericht dat een vrouw door huiselijk geweld om het leven was gekomen. Haar partner had de hulpdiensten ingeschakeld, maar in het ziekenhuis overleed ze alsnog. Hij is aangehouden. Op zich zijn zulke berichten wel naar, maar ver van mijn bed. Behalve deze keer. Ik kende haar en dat hakte er flink in, zelfs al had ik maar een keer of drie contact met haar gehad.

De keren dat we elkaar zagen, vertelde ze mij over haar leven. Zij was zo’n persoon die met alle denkbare ellende te maken gehad heeft. Incest, verkrachting, nare scheiding, kinderen en pleegkinderen met wie dan wel contact, dan geen contact. Drank, drugs, ziekte, mishandeling en zelfs moord in de familie. Zij was een vrouw voor wie het leven alleen kleine gelukjes in petto had, afgewisseld met bakken ellende. Met achtenveertig jaar was ze iets jonger dan ik, maar met wat zij allemaal had meegemaakt, zou je wel drie levens kunnen vullen. Haar levensverhaal liet dat van mij verbleken en maakte me nog dankbaarder dan ik al ben met wat ik heb.

Haar huidige partner leek haar eindelijk wat positiefs te brengen. Ook hij had geen gemakkelijk leven gehad. Op dit moment hadden ze alleen elkaar, verder niets. En nu dit. Hoe ver ze ook van mij afstonden, hoe vluchtig ons contact ook was… Dit bericht zal nog lange tijd in mijn gedachten blijven hangen.

Rianne Lampers 30 december 2015 Reageer Permalink

Dienaar van het Licht – ontmoeting met een engel

DWL-bassins-1

Hij zat op het bankje in De Esch, met voor zich de reservoirs van het Drinkwaterleidingterrein. De lucht was blauw, de temperatuur aangenaam. De kleren die hij droeg waren schoon en herinnerden hem aan andere tijden. Hier was hij een enkele keer met Hanni geweest, als ze behoefte hadden aan frisse lucht en geen bemoeienis van anderen. Nu was er geen mens in de buurt, iets wat eigenlijk niet paste in deze vrij kinderrijke omgeving. Toch stoorde het hem niet, integendeel, hij genoot van de rust.
“De wereld kan zo mooi zijn.”
Het klonk als een verzuchting. Theo keek naast zich en zag de blonde man uit zijn eerdere dromen naast zich zitten. Het verbaasde hem niet eens.
“En wie of wat mag jij dan wel zijn? Een engel?”
Hij grijnsde om zijn eigen, cynische grapje. Het antwoord van de blonde man klonk evenwel serieus.
“Wij prefereren zelf de benaming Dienaren van het Licht, maar de mens noemt ons inderdaad engelen.”
Met stomheid geslagen staarde Theo hem aan. Er ging een beheerste kracht van de man uit, als van een beoefenaar van kung fu die zichzelf volledig in de hand had. Toen hij weer iets over zijn lippen kon krijgen, hoonde Theo: “Ja-ja, nog even, een engel! Ik dacht dat engelen vleugels hadden en stralend wit waren! Jij ziet er doodgewoon uit.”
De man liet zich niet van de wijs brengen.
“Ik heb de incarnatie van een man overgenomen en ben in zijn stoffelijke lichaam getransformeerd. Wat je voor je ziet, is zijn indruk.”
Het klonk als abracadabra. Theo wierp hem een argwanende blik toe.
“Incarnatie? Getransformeerd? Waar heb je het over?”
“Om mezelf te kunnen verduidelijken moet ik je eerst vragen of je weet wat reïncarnatie is.”
Dat lokte een schamper lachje uit bij Theo.
“Je bedoelt die onzin dat mensen als honden of paarden terug kunnen komen na hun dood?”
Op het gezicht van de man verdreef geamuseerdheid kortstondig de ernst.
“Dat is inderdaad onzin”, antwoordde hij, waarna hij uitlegde: “De mens is de meest intelligente, stoffelijke levensvorm op aarde. Het reïncarnatiepad dat hij volgt, staat los van dat van alle andere levensvormen hier. Zie het leven als een school. Iedere keer als een ziel geboren wordt in een stoffelijk lichaam, begint er een nieuwe leercyclus die voortduurt tot aan het einde van het stoffelijke leven. Daarna krijgt de ziel de kans om alles wat hij heeft geleerd op te slaan, een nieuw leven te kiezen en opnieuw te beginnen. Zo keert de mens telkens een beetje wijzer terug dan daarvoor. Het is een continu proces dat zich dagelijks overal ter wereld voltrekt. Sommigen hebben aan een klein aantal levens genoeg om hun doel te bereiken, anderen incarneren tientallen keren. Aan het einde van het proces kan een mens evolueren tot het stadium van Uitverkorene, het hoogst haalbare in stoffelijke vorm voor een mens.”
Theo trok een scheve grijns.
“Hoogst haalbare, zeg je? Zover ben ik zeker nog niet?”
Nu glimlachte de Dienaar van het Licht echt.
“Nee, dat stadium heb jij nog niet bereikt.”
“Da’s mijn geluk weer.”

Uit “Vooravond van Armageddon”

Foto genomen in De Esch, Drinkwaterleidingterrein, Rotterdam.

Rianne Lampers 27 november 2015 Reageer Permalink