Rianne’s blog

Rianne’s blog

Een lezende schrijver, een schrijvende lezer

Brandstichting eindigde het leven van mijn ouders

Wat er op 20 mei 2016 gebeurde, tekent de rest van mijn leven. In de nacht van 19 op 20 mei werd ik wakker gebeld door mijn zusje die zei dat ze voor het brandende huis van mijn ouders stond. Zij waren nog binnen en zaten als ratten in de val. Ik vermoedde direct dat het hier om brandstichting ging.

De avond van de 19de was juist zo heuglijk. Mijn ouders vierden met iemand van de woningbouw dat zij al vijftig jaar in hetzelfde huis woonden, samen met de buurvrouw die er net zolang woonde als zij. Hoe onwerkelijk was het dat de volgende dag heel het adres Gruttostraat 14 voor altijd tot het verleden behoorde. Net als mijn ouders, Bram Lampers en Lucia Lampers-Ducastel.

Vijftig jaar in hetzelfde huis

Vijftig jaar in hetzelfde huis, waar nog nooit brand geweest was. Wat zeg ik, in heel de wijk is nog nooit een dergelijke brand geweest. Een brand vrij kort ontstaan na twee aangestoken branden bij mijn op één na oudste broer thuis, waarvan er één bij de voordeur, net als bij mijn ouders. Het feit dat de gang van een huis op die locatie, niet spontaan vlam vat, midden in de nacht, als alle lichten in de huizen uit zijn en (bijna) iedereen op bed ligt in de straat, liet bij mij direct het vermoeden rijzen dat het brandstichting was.

Kun je het je voorstellen? Brandstichting bij twee bejaarde mensen van 84 jaar oud, midden in de nacht? Ze hadden geen schijn van kans, enerzijds omdat de brandhaard zich onder aan de trap bevond en het onmogelijk was langs de vlammen te geraken, anderzijds omdat er geen vluchtwegen waren op de eerste verdieping van hun doodgewone rijtjeshuis. Uit het raam springen was geen optie. Het feit dat de overburen de brand ontdekten, 112 belden en een reddingspoging ondernamen, heeft erger voorkomen.

Volop in het leven

Mijn vader was dol op filmen, hij had zelfs een eigen “bedrijfsnaam”: Lampie Films. Hij heeft uren en uren films gemaakt, die allemaal door de brand verzwolgen zijn.

Mijn moeder was kunstenares. Zij schreef gedichten, maakte poppen en schilderde de laatste jaren als de beste. Haar motto was: Laat het licht schijnen. Van de ongeveer tweehonderd poppen en waarschijnlijk net zoveel of meer schilderijen die zij maakte, is op wat schetsen na niets overgebleven.

Beiden stonden nog volop in het leven.

Echo uit het verleden

Toen ik dit jaar op vakantie ging en een handtas zocht om mee te nemen, vond ik er in één deze twee visitekaartjes terug, als een echo uit het verleden. Want zowel de personen als het adres zijn van de aarde weggevaagd.

 

 

De griep krijgt mij niet klein. Toch?

Ik zie mezelf daar nog zitten op woensdag, een beetje stoer grijnzend om mijn vriend die geveld was door een zware verkoudheid met koorts, in de volksmond griep genoemd. Aangestoken door hem had ik ook een nachtje koorts achter me liggen en meestal blijft het daar dan bij. Mannen zijn een stuk zieliger dan vrouwen, als ze ziek zijn, dat idee moest ik natuurlijk hoog houden. Mijn vriend praatte zijn moeder bij, die diep medelijden met ons had. Valt allemaal wel mee, pochte ik. Morgen is het over.

Daags erna was ik even buiten te vinden, want er was niets aan de hand. Daar had ik ook min of meer naartoe geleefd, want ik zou mijn dochter naar de fysiotherapeut brengen. Als ik iets beloof, wil ik me daar ook aan houden, of ik nu ziek ben of niet. Toch was ik stiekem opgelucht toen mijn afspraak op vrijdag met een van mijn auteurs niet door kon gaan.

Woensdagnacht was mijn vriend al gevlucht naar het bed van zijn zoon vanwege mijn gesnurk en donderdag deed hij dat al bij voorbaat. Ik had hem immers al twee nachten uit zijn slaap gehouden. Het voelde een beetje raar om apart te slapen, maar ik ging er nog altijd vanuit dat een beetje verkoudheid mij niet klein zou krijgen. Zelfs niet het hoesten zo af en toe, waar ik sterretjes door zag. Tijdens zo’n hoestbui rende ik steevast naar een wasbak, of ik nu beneden zat of al in bed lag, om af te komen van het dwarszittende slijm. Nee, mij krijg je niet klein, bleef ik koppig volhouden.

Tot vannacht.
Toen sliep ik weer in een waterbed, terwijl we dat ding al een halfjaar geleden omgeruild hebben voor een boxspring…
Om het uur werd ik wakker van het zweten. Beddengoed één keer verschoond, daarna maar een handdoek in bed gelegd waar ik me om het uur mee moest afdrogen.
Ik heb de meest bizarre dromen gehad en lag maar liefst tot twaalf uur op bed.
En nu nog steeds niet koortsvrij

Mijn vriend stelde voor om alleen boodschappen te gaan doen. Maar kom nou, dat is toch niet nodig, vond ik. Een beetje koorts houdt mij niet tegen, de supermarkt is vlakbij: even auto in en uit en binnen een uur weer thuis. Een uurtje later heb ik hem kleintjes aangekeken en gezegd dat het toch misschien beter was als hij alleen ging…

Goed, écht klein krijgt de griep me niet. Maar wel een stukje kleiner dan ik in gedachte had.

Een wandeling met een nat pak tot gevolg

Paddenstoelen-2

Natuurlijk had ik veel te lang gewacht voordat ik ging doen wat ik moest doen: wandelen. De hele dag zitten is funest voor mijn rug, heb ik zo onderhand ontdekt. En ik had geen excuus, want na de sombere ochtend brak toch maar mooi de zon door. Maar ja… Toen ik dan eindelijk mijn schoenen aan had en naar buiten keek, zag ik toch weer een bui hangen. Het was zo te zien geen grote, dus schopte ik mezelf in gedachten voor de kont en ging naar buiten. Heerlijk!

Die wolk bleek gelukkig niet veel meer dan wat fijne regen mee te dragen. Hoewel ik eerst van plan was een andere route te nemen, koos ik er toch voor naar het Schollebos te gaan. Zo kon ik in het tunneltje onder de Capelseweg even schuilen voor ik verder ging.

De keuze voor het bos was een geweldige: wat ruikt het daar toch heerlijk als het geregend heeft! Ik rekte mijn route steeds een beetje op en wandelde ergens over een paadje waarlangs gekapte boomstammetjes lagen die overgroeid waren met mos. Op de een of andere manier doet dat me wat, dat groen tegen het grauwe. Aangezien het licht toch een beetje schuilging achter de wolken, had ik mijn telefoon nog niet tevoorschijn gehaald om foto’s te maken, maar een aantal paddenstoelen schreeuwden er als het ware om om vastgelegd te worden voor de “eeuwigheid”.

Langs het meer terug en eigenlijk wilde ik er rechts omheen; het “grote rondje”. Maar de onheilspellende lucht liet me toch anders besluiten. Achter de wolken die ik nu zag, was geen streepje licht te zien. Dat zou een nat pak worden, vreesde ik. En ja, die vrees kwam uit. Maar ach, van een beetje regen is nog nooit iemand doodgegaan. Weer binnen droge kleren aangetrokken en thee gezet. Kon ik met frisse moed verder met mijn redactiewerk!

Rianne Lampers 19 januari 2016 Reageer Permalink