Het duistere pact

(Hier kun je aangeven wat je van dit verhaal vindt)

Het duistere pact is mijn horrordebuut dat in augustus 2007 uitkwam en bijzonder goed ontvangen is. Hieronder vind je de proloog en het eerste hoofdstuk van het boek, met daaronder de bevindingen van lezers. Lijkt het je wat? Zo ja, dan kun je Het duistere pact bestellen bij www.selexyz.nl, www.cosmox.nl of www.cosmox.be. Maar je kunt het boek ook lenen in je plaatselijke bibliotheek.

Als je het leuk vindt om een gesigneerd exemplaar te ontvangen, stuur mij dan via de contactpagina een e-mail met je gegevens. Na ontvangst van je betaling ontvang je het boek per omgaande thuis voor slechts 12,00 euro.

Het Duistere PactSamenvatting
Monique Uytenbroek is een dwarse, zestienjarige puber. Als ze in het zwart gekleed, en met pas gezette piercings in haar oren, samen met haar moeder Hannelore een bezoek aan haar dementerende oma brengt, schenkt haar oma haar een negentiende-eeuwse robe en een tasje met bijbehorende bijouterieën. De robe past volgens haar perfect bij het gothic-image van haar kleindochter. Dat haar eigen moeder haar ooit had laten beloven de robe en de bijouterieën nooit te zullen dragen, dat blijft ergens verborgen zitten in haar dementerende brein.

Monique is verrast door het cadeau. Thuisgekomen vindt ze in het tasje een paar oorbellen en een halsketting met daaraan als tranen geslepen hangers van obsidiaan. Het aanraken van zowel de robe als de juwelen bezorgt haar niet alleen een vreemde sensatie, de set blijkt haar ook nog eens ongekende krachten te geven.

De robe en de juwelen hebben ooit behoord aan Eloise Uytenbroek, eigenaresse van het Huis te Sluis, dat door vererving eigendom is van Moniques oma. Op het moment dat Moniques moeder Hannelore een auto-ongeluk krijgt en in coma in het ziekenhuis komt te liggen, neemt het verhaal een duistere wending.

Lees hieronder de proloog en hoofdstuk één van deze thriller die langzaam maar zeker in een ware horror ontaardt...

Proloog

Het was 31 augustus 1909. De oude man had haar uit haar gevangenis gehaald voor de laatste scène in het treurspel van haar leven. Hij had gehuild. Gesmeekt. “Meesteres, bedenk u toch. Het is krankzinnig dit door te zetten!” Eloise had hem een blik toegeworpen die hem ineen liet krimpen als een terechtgewezen kind. In niet mis te verstane woorden had ze hem duidelijk gemaakt dat zij klaar was om haar lot te ondergaan. Ze was voorbereid. Ze ging haar einde tegemoet met opgeheven hoofd. Tenminste, dat dacht ze. Onwillig, maar gehoorzaam, volbracht de knecht zijn laatste taak. Langzaam maar zeker zorgde hij ervoor dat al het licht uit haar leven verdween. En met het verdwijnen van het licht, stroomde het duister Eloise’s laatste momenten binnen. Als een trage vloedgolf vulde het haar hele wezen, tot zelfs de zuurstof die ze nog had, veranderde in een haar verstikkende substantie.

Niets had haar kunnen voorbereiden op de gruwelen van het duister, zelfs niet de maand in afzondering op een dieet van water en brood. De folterende pijn in haar uitgerekte ledematen stuurde waanideeën naar haar hoofd. Van ratten die aan haar lichaam knaagden, en messen die keer op keer onverbiddelijk in haar getergde spieren werden gestoken. Van haar beschimpende demonen die om haar heen dansten en haar bespuugden en martelden. En van vuur, dat haar - zonder licht te verspreiden - van top tot teen verschroeide, tot haar huid in vellen van haar lijf viel. Ze had gegild en gekrijst om haar angsten, had de enige ware Meester gesmeekt om genade, om een snelle dood. Maar in het hier en nu was er geen enkele hoop op verlossing of een verlenging van haar aardse bestaan. Haar restte geen andere verlossing dan de dood. En die kwam, zoals beloofd, op 1 september 1909. En met de dood, begon het lange wachten op het moment dat de robe en de zwarte tranen haar weer tot leven zouden wekken.

1

16 april 2006

“Monique, zet alsjeblieft dat ding uit,” siste Hannelore Uytenbroek vlakbij het oor van haar dochter. “Het is onbeschoft in gezelschap!” In het met piercings omrande oor van haar zestienjarige dochter zat een plugje dat verbonden was met een MP3-speler. De muziek klonk afgrijselijk, maar paste perfect bij Monique’s nieuwe image van ‘bad girl’. Theatrale zwarte kleding, zwarte nagellak en donker opgemaakte ogen. De drie piercings aan beide oren had ze een dag na haar verjaardag zonder toestemming laten plaatsen. Met een zucht richtte Hannelore haar blik op de vrouw die met hangende schouders tegenover haar zat. Haar moeder had besloten haar eengezinswoning te verruilen voor een appartementje in een bejaardenhuis, omdat ze met de dag vergeetachtiger werd. Voor zichzelf zorgen was een bijna onneembare hindernis voor haar geworden. “Het voelt vreemd afstand te moeten doen van alles wat me dierbaar is,” verzuchtte de oude vrouw. Haar lip trilde. In haar rechterhand had ze een tot een prop verfrommelde zakdoek vast, waarmee ze af en toe haar tranen wegveegde. Haar bedauwde ogen wierpen een peinzende blik op Monique, die bokkig haar MP3-speler had uitgezet en ongeïnteresseerd naar buiten keek. “Monique… Je bent toch Monique?” Er klonk twijfel door in haar stem. Monique kon het opbrengen haar gezicht naar haar te wenden en al knikkend te glimlachen. “Je ziet er apart uit, meisje. Heel gedurfd.” De opmerking van de oude vrouw ontlokte een triomfantelijke blik aan de opstandige puber. Die was bedoeld voor haar moeder. “Dank u, oma.” “Weet je…” Peinzend keek de oude vrouw voor zich uit. Er viel een korte stilte, toen sprak ze: “Ik denk dat ik wel een mooi cadeau voor jou heb. Ik kan immers bij lange na niet al mijn bezittingen meenemen.” Monique schoof naar het puntje van haar stoel. De woorden van haar oma droegen de belofte van iets interessants in zich. Hannelore glimlachte verrast. Ze wist niet wat haar moeder bedoelde met haar opmerking. De oude vrouw kwam kreunend overeind. Ze moest zich vasthouden aan de eettafel om recht overeind te komen. Met haar linkerhand leunde ze een moment op de schouder van Hannelore, waarna ze zich in beweging zette. Ze wenkte hen met haar samengebalde rechterhand en ging hen voor naar de trap. De wandeling eindigde boven, in de grootste logeerkamer. Daar vulden kasten vol oude kleren twee hele wanden. Midden tussen het linker- en het rechterdeel bevond zich een hoekkast. Die trok ze open, waarop Hannelore en Monique zicht kregen op keurig in plastic gehulde kleren. Tegen de linkerwand hing iets langs en zwarts waar oma naar reikte. “Moet ik je helpen, mam?” Hannelore voegde meteen de daad bij het woord en tilde samen met haar moeder het gewaad uit de kast en legde het op het logeerbed. Kippenvel trok Monique’s huid strak. Ze keek gebiologeerd toe hoe haar oma de plastic hoes open ritste en het plastic opzij haalde. Op het bed lag nu een magnifieke negentiende-eeuwse jurk, met een ingewerkt keurslijf en lange, kanten mouwen. Het plastic had een muffe geur vastgehouden die zich nu door de hele kamer verspreidde. Monique zette een aarzelende stap dichterbij en raakte heel even de stof aan. Het leek alsof een elektrische schok door haar heen ging. Ze hapte verschrikt naar adem en deinsde achteruit. “Dat is de geur van de mottenballen,” sprak oma. “Die gaat er wel uit als je haar laat stomen. Dat zou ik namelijk wel laten doen; niet zomaar in de wasmachine stoppen.” Monique rukte haar ogen los van het gewaad om haar oma verbaasd aan te kijken. “Is deze jurk van u geweest, oma?” De oude vrouw schudde haar hoofd. “Het is geen jurk, kindje, dit is een robe. Mijn moeder heeft haar geërfd van de vrouw van haar broer en heeft haar weer aan mij doorgegeven. In het tasje zitten de bijpassende handschoenen en wat bijouterieën.” Peinzende keek de oude vrouw naar de robe. Ze leek diep na te denken, alsof ze haar aftakelende hersenen afzocht naar belangrijke informatie. Na een stille minuut gaf ze het op en sprak zacht: “Ik kan me herinneren dat mijn moeder de robe eigenlijk weg had willen doen, maar op de een of andere manier kon ze dat niet over haar hart verkrijgen. Ze liet me beloven dat ik haar nooit zou dragen, ook de bijouterieën niet. Maar ik mocht haar ook niet wegdoen. Geen idee waarom. Maar ach, dat is alweer zo lang geleden. Als ik jou zo zie, weet ik zeker dat jij er plezier aan zult beleven. En als je haar niet wilt hebben, dan kun je haar altijd nog aan een museum verkopen.”

Voor de spiegel in haar moeders slaapkamer bewonderde Monique zichzelf. De jurk zat bijna als gegoten. Haar verre tante had alleen grotere borsten gehad dan zij. Een paar sokken erin gepropt als opvulling deed wonderen. Haar moeder keek stomverbaasd toe. “Hemel, Monique! Je ziet eruit als… Als…” “Als Morticia uit The Addams Family,” grinnikte Monique. “Maar dan met blond haar.” Dat ontlokte een lachje aan haar moeder. “Je zegt het zelf. Ik had meer iets in gedachten als ‘een topmodel’. Je zult er wel heel zuinig op moeten zijn! Niet laten slingeren, zoals je gewend bent te doen met de rest van je kleren.” Haar moeder was een meester in het bederven van een goed gevoel, gromde Monique van binnen. Met enige moeite wist ze de opmerking te negeren. Ze maakte het fluwelen tasje open en schudde dit leeg op haar moeders bed. Oorbellen van obsidiaan in de vorm van twee enorme tranen en een halsketting van wit metaal met als hanger eveneens een glimmende, zwarte traan eraan rolden uit het tasje. “Wow,” verzuchtte Monique vol bewondering bij het zien van de sieraden. Van beneden klonk het open- en dichtgaan van de voordeur. Monique’s gezicht betrok. Híj was er weer. Hij riep dat hij ‘thuis’ was. Het gezicht van haar moeder lichtte op bij het horen van zijn stem. Ze antwoordde hem dat ze eraan kwam en vroeg aan Monique: “Laat je de jurk aan Theo zien?” Dat was wel het laatste waar Monique zin in had, maar hij zou hem ooit toch te zien krijgen. Dus volgde ze haar moeder met een stuurs gezicht naar beneden. Ze zag dat Theo net zijn schoenen uitgetrokken had en neerplofte in de hoek van de bank. Háár hoek. “Wat heb jij in godsnaam aan?” Het klonk afkeurend. Monique wilde zich meteen omdraaien, maar haar moeder hield haar bij een arm vast. “Het is een echte negentiende-eeuwse robe,” glunderde ze, “die had moeder nog in de kast hangen. Van een oude tante of zo. Moeder vond hem geknipt voor Monique’s nieuwe image. Wat vind jij?” Dat was overduidelijk. Theo kneep zijn ogen schattend half dicht en zei: “Als het echt een antieke jurk is, dan is die volgens mij wel geld waard. Laat ik nou iemand kennen die zoiets kan taxeren. Zal ik eens informeren?” Monique kneep haar lippen op elkaar. Ze lichtte haar kin op, wierp Theo een dodelijke blik toe en draaide zich om. Háár robe verkopen? Nooit van haar leven!

Die nacht droomde ze onrustig, over een vrouw die haar aanviel. Het wijf krabde haar gezicht tot bloedens toe open en wurgde haar vervolgens, krijsend dat het haar robe was en dat niemand anders dan zij die ooit mocht dragen. Bezweet werd Monique wakker. De wekker wees kwart over zeven aan, tijd om zich klaar te maken voor school. Ze wierp een blik op de jurk die weer netjes verpakt in de plastic hoes aan haar kast hing, en glimlachte de droom weg. Ze besloot om de robe ‘s middags zelf naar de stomerij te brengen. Natuurlijk kon ze haar niet zomaar naar school dragen, maar de oorbellen en ketting pasten prima bij haar zwarte kleding. Het enige wat nog ontbrak om haar image compleet te maken, was zwart haar. Daar zou ze echter na haar bezoekje aan de stomerij verandering in brengen. Voorzichtig bracht ze in de badkamer haar sieraden aan. De glimmende zwarte stenen voelden koud tegen haar huid, maar namen al snel haar eigen temperatuur aan. Ze had ze het gevoel dat de stenen haar sterker maakten. Met een brede grijns op haar gezicht keek ze naar haar spiegelbeeld, keurde haar outfit goed en verdween naar beneden. Theo was gelukkig al weg. Wat haar betrof, hoefde hij ook niet terug te komen. Helaas was haar moeder volledig ondersteboven van hem. Zij zag gewoon niet wat Monique wel zag, namelijk wie hij werkelijk was: een uitvreter, een parasiet, die teerde op hun geld.

“Natuurlijk let je weer niet op, toch Monique? Dat vind je helemaal niet nodig, nietwaar?” Van Kesteren was een akelige man. Nu was Monique van mening dat alle leraren en leraressen akelig waren, maar deze zweterige man met de uitpuilende ogen en brillenglazen als jampotbodems, was wel de ergste leraar die ze ooit gehad had. Hij gaf ook nog eens natuurkunde. Alleen freaks maakten van natuurkunde hun werk. “Nee, natuurlijk niet,” antwoordde ze minachtend. “Dacht ik al. Maar ik accepteer niet dat je anderen van hun les afhoudt. Ga je dus maar melden.” Dat was het toppunt. Alsof zij de enige was die niet oplette in de klas! Hij had nog niet één keer gewaarschuwd. Maar net zoals zij hem niet mocht, zo had hij de pik op haar. Deze keer zou ze zich echter niet laten kisten. Het leek alsof de oorbellen haar oren lieten gloeien. Ze rechtte haar rug, terwijl ze als in een reflex de steen op haar borst vastpakte. De warme, zwarte traan in haar hand wakkerde het vuur van haar woede aan. Ze wierp de leraar een vernietigende blik toe en sneerde: “En ik accepteer niet dat u me anders behandelt dan de anderen. Ik heb niets meer of minder gedaan dan zij, dus ik blijf gewoon zitten.” Verbluft keek Van Kesteren haar aan. Zonder te knipperen met haar ogen, die brandden als vuur, hield ze zijn blik vast. Er stroomde pure kracht door haar heen. Voor het eerst in haar leven voelde ze dat ze niet alleen dácht beter te zijn dan deze man, ze wist het. Ze wás beter. Sterker. Er heerste volkomen stilte om hen heen, haar klasgenoten waagden het niet ook maar iets te zeggen. Haar doordringende blik hield die van de leraar gevangen en bracht hem zichtbaar van zijn stuk. Zenuwachtig verlegde hij zijn gewicht van zijn ene op zijn andere been. Toen zuchtte hij en mopperde: “Nou, blijf dan maar zitten. Maar ik verlang wel van je dat je oplet. En de rest van jullie ook!” Er steeg een zucht van bewondering op uit de klas. Monique liet de steen los. Haar triomfantelijke blik hield ze nog altijd op de leraar gericht. Het leek alsof hij haar ogen in zijn rug kon voelen branden, want de rest van de les bleef hij zenuwachtig heen en weer dribbelen, terwijl hij haar blik systematisch ontweek.

Recensies

Hieronder een aantal links naar recensies als ook een interview met Yolinda Dekker, waar ik enorm blij mee ben!
Sophia's Wereld (Sophia Loch)
Nico De Braeckeleer
Ezzulia.nl (Eric Henri)
Eric's Boekensite
Fantasy Realm
Ezzulia's Leestip van Beldaran
SF Terra (Wout Jut)
Holland SF (Jaap Boekestein)
Stephen King fanclub
Jack Lance (Ron Puyn)
Volkskrantblog (Sabine Luypaert)

Naar aanleiding van Het duistere pact verscheen op zaterdag 2 februari 2008 op Ezzulia.nl een interview met mijn persoontje.

(Hier kun je aangeven wat je van dit verhaal vindt)