Rianne’s blog

Rianne’s blog

Een lezende schrijver, een schrijvende lezer

De griep krijgt mij niet klein. Toch?

Ik zie mezelf daar nog zitten op woensdag, een beetje stoer grijnzend om mijn vriend die geveld was door een zware verkoudheid met koorts, in de volksmond griep genoemd. Aangestoken door hem had ik ook een nachtje koorts achter me liggen en meestal blijft het daar dan bij. Mannen zijn een stuk zieliger dan vrouwen, als ze ziek zijn, dat idee moest ik natuurlijk hoog houden. Mijn vriend praatte zijn moeder bij, die diep medelijden met ons had. Valt allemaal wel mee, pochte ik. Morgen is het over.

Daags erna was ik even buiten te vinden, want er was niets aan de hand. Daar had ik ook min of meer naartoe geleefd, want ik zou mijn dochter naar de fysiotherapeut brengen. Als ik iets beloof, wil ik me daar ook aan houden, of ik nu ziek ben of niet. Toch was ik stiekem opgelucht toen mijn afspraak op vrijdag met een van mijn auteurs niet door kon gaan.

Woensdagnacht was mijn vriend al gevlucht naar het bed van zijn zoon vanwege mijn gesnurk en donderdag deed hij dat al bij voorbaat. Ik had hem immers al twee nachten uit zijn slaap gehouden. Het voelde een beetje raar om apart te slapen, maar ik ging er nog altijd vanuit dat een beetje verkoudheid mij niet klein zou krijgen. Zelfs niet het hoesten zo af en toe, waar ik sterretjes door zag. Tijdens zo’n hoestbui rende ik steevast naar een wasbak, of ik nu beneden zat of al in bed lag, om af te komen van het dwarszittende slijm. Nee, mij krijg je niet klein, bleef ik koppig volhouden.

Tot vannacht.
Toen sliep ik weer in een waterbed, terwijl we dat ding al een halfjaar geleden omgeruild hebben voor een boxspring…
Om het uur werd ik wakker van het zweten. Beddengoed één keer verschoond, daarna maar een handdoek in bed gelegd waar ik me om het uur mee moest afdrogen.
Ik heb de meest bizarre dromen gehad en lag maar liefst tot twaalf uur op bed.
En nu nog steeds niet koortsvrij

Mijn vriend stelde voor om alleen boodschappen te gaan doen. Maar kom nou, dat is toch niet nodig, vond ik. Een beetje koorts houdt mij niet tegen, de supermarkt is vlakbij: even auto in en uit en binnen een uur weer thuis. Een uurtje later heb ik hem kleintjes aangekeken en gezegd dat het toch misschien beter was als hij alleen ging…

Goed, écht klein krijgt de griep me niet. Maar wel een stukje kleiner dan ik in gedachte had.

Een wandeling met een nat pak tot gevolg

Paddenstoelen-2

Natuurlijk had ik veel te lang gewacht voordat ik ging doen wat ik moest doen: wandelen. De hele dag zitten is funest voor mijn rug, heb ik zo onderhand ontdekt. En ik had geen excuus, want na de sombere ochtend brak toch maar mooi de zon door. Maar ja… Toen ik dan eindelijk mijn schoenen aan had en naar buiten keek, zag ik toch weer een bui hangen. Het was zo te zien geen grote, dus schopte ik mezelf in gedachten voor de kont en ging naar buiten. Heerlijk!

Die wolk bleek gelukkig niet veel meer dan wat fijne regen mee te dragen. Hoewel ik eerst van plan was een andere route te nemen, koos ik er toch voor naar het Schollebos te gaan. Zo kon ik in het tunneltje onder de Capelseweg even schuilen voor ik verder ging.

De keuze voor het bos was een geweldige: wat ruikt het daar toch heerlijk als het geregend heeft! Ik rekte mijn route steeds een beetje op en wandelde ergens over een paadje waarlangs gekapte boomstammetjes lagen die overgroeid waren met mos. Op de een of andere manier doet dat me wat, dat groen tegen het grauwe. Aangezien het licht toch een beetje schuilging achter de wolken, had ik mijn telefoon nog niet tevoorschijn gehaald om foto’s te maken, maar een aantal paddenstoelen schreeuwden er als het ware om om vastgelegd te worden voor de “eeuwigheid”.

Langs het meer terug en eigenlijk wilde ik er rechts omheen; het “grote rondje”. Maar de onheilspellende lucht liet me toch anders besluiten. Achter de wolken die ik nu zag, was geen streepje licht te zien. Dat zou een nat pak worden, vreesde ik. En ja, die vrees kwam uit. Maar ach, van een beetje regen is nog nooit iemand doodgegaan. Weer binnen droge kleren aangetrokken en thee gezet. Kon ik met frisse moed verder met mijn redactiewerk!

Rianne Lampers 19 januari 2016 Reageer Permalink

De vergankelijkheid van het bestaan

Vergankelijkheid

Vergankelijkheid

Het zal deels de leeftijd zijn – ik ben de vijftig gepasseerd – maar sinds afgelopen jaar ben ik meer geconfronteerd met de vergankelijkheid van het bestaan dan ooit. Eén bericht van een aantal dagen geleden heeft me echter meer aangegrepen dan welk overlijden ook.

De dood heeft in mijn leven geen negatieve rol gespeeld, integendeel zelfs. Mijn moeder zorgde vroeger met liefde voor ouderen en ik ging zo nu en dan met haar mee. Ouderen zijn als boeken: ze hebben zo veel verhalen. Daar houd ik van. Ik luisterde graag en als het nodig was, hielp ik mijn moeder met haar zorgtaken. Zo was ik als veertienjarige aanwezig bij het afleggen van een oude dame en was ik erbij toen mijn tante en moeder hun eigen moeder met de begrafenisondernemer meegaven. Voor mij was de dood een onlosmakelijk onderdeel van het leven, er is nu eenmaal aan alles een begin en een eind.

De vader van mijn dochter, de man met wie ik vijftien jaar van mijn leven doorgebracht heb, kwam uit een heel ander soort gezin. Bij hen was dood iets waar niet over gesproken werd. Toen zijn opa – met wie hij een hechte band gehad had – ziek werd en overleed, werd hij overal buitengehouden omdat ze hem op zijn jeugdige leeftijd wilden beschermen. Dat heeft hem voor het leven getekend. Waar dood voor mij een vanzelfsprekendheid was, was het voor hem iets duisters, iets schimmigs.

Wij waren twee jaar gescheiden toen zijn moeder longkanker bleek te hebben. Nog dramatischer was dat bij zijn vader in de laatste maanden van haar leven ook een agressieve vorm van kanker werd vastgesteld. Beiden overleden in iets meer dan één jaar tijd, allebei nog geen vijfenzeventig jaar oud. Daar is mijn ex nooit overheen gekomen en ook voor onze dochter was dit een zwart hoofdstuk in haar leven.

De ziekte en het overlijden van de dochter van een collega greep me wel flink aan. Terwijl ik in verwachting was van mijn kind, werd bij haar de ziekte van Hodgkin vastgesteld. Ik kreeg een dochter, mijn collega verloor er één van nog geen twintig jaar oud.

Afgelopen jaar overleden drie mensen die ik kende; een van hen was de vader van mijn dochter. Hoewel zijn aftakeling en dood me aangreep, was het toch een afsluiting. Als iemand ziek is, er geen hoop meer is op genezing en hij enorm lijdt, dan is de dood een zegen.

Deze week bereikte mij het bericht dat een vrouw door huiselijk geweld om het leven was gekomen. Haar partner had de hulpdiensten ingeschakeld, maar in het ziekenhuis overleed ze alsnog. Hij is aangehouden. Op zich zijn zulke berichten wel naar, maar ver van mijn bed. Behalve deze keer. Ik kende haar en dat hakte er flink in, zelfs al had ik maar een keer of drie contact met haar gehad.

De keren dat we elkaar zagen, vertelde ze mij over haar leven. Zij was zo’n persoon die met alle denkbare ellende te maken gehad heeft. Incest, verkrachting, nare scheiding, kinderen en pleegkinderen met wie dan wel contact, dan geen contact. Drank, drugs, ziekte, mishandeling en zelfs moord in de familie. Zij was een vrouw voor wie het leven alleen kleine gelukjes in petto had, afgewisseld met bakken ellende. Met achtenveertig jaar was ze iets jonger dan ik, maar met wat zij allemaal had meegemaakt, zou je wel drie levens kunnen vullen. Haar levensverhaal liet dat van mij verbleken en maakte me nog dankbaarder dan ik al ben met wat ik heb.

Haar huidige partner leek haar eindelijk wat positiefs te brengen. Ook hij had geen gemakkelijk leven gehad. Op dit moment hadden ze alleen elkaar, verder niets. En nu dit. Hoe ver ze ook van mij afstonden, hoe vluchtig ons contact ook was… Dit bericht zal nog lange tijd in mijn gedachten blijven hangen.

Dit verscheen eerder als gastblog op de blog van Mary Sjabbens.

Rianne Lampers 30 december 2015 Reageer Permalink